Onderzoek met dataloggertjes heeft uitgewezen dat kieviten uit dezelfde broedkolonie bij Nij Beets er totaal verschillende winterkwartieren op na houden. En daarbij lijken de Beetster kieviten Frankrijk soms (letterlijk) links te laten liggen. Met behulp van de dataloggertjes, ontwikkeld door de 'British Antarctic Survey’ uit Engeland, zijn er vanaf 2007 totaal acht kieviten een aantal jaren gevolgd. De techniek is gebaseerd op het registreren van nauwkeurige dagelijkse tijd- en lichtmetingen. Deze worden op het dataloggertje ingebouwd chipje opgeslagen. Na terugvangst van het loggertje kunnen de metingen worden uitgelezen en vertaald in geografische coördinaten.
De laatste jaren is er veel ophef over de jachtpraktijken in Frankrijk. Wat nu blijkt is dat onze ljippen deels naar Engeland trekken. Een ander deel trekt naar Portugal en verblijft ook slechts heel kort in Frankrijk. Eén van de acht vogels hield zich langer op in Bretagne in het zuidwesten van Frankrijk. Maar er was er ook eentje die de winter volledig langs de Noordzeekust doorbracht. Mogelijk een nieuwe trend wanneer de meeste winters zacht blijven. Wat vooral opvalt, is dat de kieviten maar voor korte tijd uit Nederland verdwijnen. Het gros verdwijnt pas eind november of zelfs in december van de Nederlandse zeekust om al weer snel (eind februari) terug te keren naar het broedgebied in Nij Beets.
Deze voorlopige conclusies kunnen worden getrokken uit een eerste analyse van de verkregen data uit het project te Nij Beets. Een uitgebreide analyse over alle gegevens van de afgelopen drie jaren zal volgen waarbij ook duidelijk zal worden of de trekpatronen jaarlijks gelijk zijn. Een aantal vogels werd namelijk in meerdere jaren (na wisselend winterweer) teruggevangen.
In 2007 werden 27 broedvogels voorzien van het dataloggertje dat slechts anderhalve gram weegt. Het apparaatje is bevestigd aan een pootring. Dezelfde vogels kregen ook een tweetal kleine (in kleur variërende) ringetjes aangelegd. Daardoor kon onderzoeker Willem Bil van Vogelringstation Menork de vogels op afstand waarnemen in de broedgebieden te Nij Beets. In de maanden april en mei was Bil de afgelopen vier jaar dagelijks actief in polder De Dulf van Staatsbosbeheer en, in goede samen¬werking met mensen van de Vogelwacht Nij Beets, in percelen maïsland aan de Janssenstichting.
In een periode van drie jaar werden totaal acht kieviten met het loggertje één of meerdere malen teruggevangen. Ondertussen zijn van deze acht vogels de verkregen data globaal geanalyseerd over het eerste jaar van verblijf. Dat gebeurt door onderzoeker dr. Goetz Eichhorn die het initiatief nam voor dit project met dataloggertjes bij kieviten. Hij is op dit moment werkzaam aan de universiteit van Straatsburg in Frankrijk. Na gebruik van deze loggertechniek voor zijn Brandganzen promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen raakte hij geïnteresseerd in nieuwe en kleinere modellen van loggers ook voor onderzoek aan relatief kleine trekvogels toe te passen. Voor vogels van de grote van een kievit vallen zelfs de nieuwste satellietzenders nog te zwaar uit. Dus kwam Eichhorn bij Menork terecht en is er ondertussen drie jaar empirie. Voor Menork snijdt het onderzoeksmes nu aan twee kanten. Naast veel informatie over de reproductie in het broedgebied, komt er nu ook veel (nieuwe) informatie beschikbaar over trekgedrag. Na afloop van alle analyses zal er een uitgebreid artikel in de internationaal wetenschappelijk vakliteratuur over dit onderzoeksproject verschijnen.
Naar informatiesite kievitonderzoek VRS Menork