Nieuws

Heeft u een document voor deze rubriek, mail deze dan hier naar ons toe. Bij voorbaat dank. Wij nemen contact met u op.

(bekijk het hele nieuwsarchief)

05-12-2011 Veldleeuwerik heeft twee keuzes om de winter door te brengen
De veldleeuwerik is een vogel die van open akkergebieden, graslanden en heideterreinen houdt. Maar de soort heeft de afgelopen decennia sterk te lijden van het ongeschikt worden van broedgebieden door veranderde agrarische activiteiten. Onlangs ontdekte Arne Hegemann van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) dat de vogels ook in de winter last hebben van de veranderende landbouwmethoden doordat het voedselaanbod nu veel kleiner is dan vroeger.

De kans om op een zomerse dag de uitbundig klinkende zang van een veldleeuwerik te horen is zo goed als nul geworden. Van alle boerenlandvogels heeft de veldleeuwerik de hardste klappen gekregen. Begin jaren zeventig was de soort nog één van de algemeenste broedvogels van ons land. Sindsdien is de soort met bijna 95 procent afgenomen: van 700.000 broedparen naar 38.000.

De achteruitgang van boerenlandvogels werd tot nu toe vooral geweten aan veranderde omstandigheden tijdens het broedseizoen: vernietiging van nesten door agrarische activiteiten en minder voedsel voor de jongen. Of en hoe de wintersituatie bijdraagt aan de afname was niet duidelijk. Het was nauwelijks bekend waar onze veldleeuweriken in de winter verblijven. Zulke kennis is essentieel om vogels jaarrond te kunnen beschermen.

Arne Hegemann van de RUG ontdekte dat onze veldleeuweriken er twee overwinteringstrategieën op na houden. Een deel trekt weg naar Zuidwest-Europa, een ander deel blijft in de buurt van het broedgebied hangen. Het voedselaanbod voor akkervogels in de winter is de afgelopen jaren door veranderde landbouwmethoden sterk verminderd. De uitkomsten van het onderzoek benadrukken dat beschermingsmaatregelen ook gericht moeten zijn op de wintersituatie, zowel bij ons als in Zuidwest-Europa.

Bron: Vogelbescherming Nederland


21-11-2011 Grutto terug in Ackerdijkse Plassen
Het aangepaste beheer om de Ackerdijkse Plassen geschikter te maken voor weidevogels werpt zijn vruchten af. Na twee jaar van afwezigheid hebben acht gruttoparen gebroed in het gebied. Dit laat de vogeltelling zien die onlangs bekend is geworden.

De afgelopen vier jaar heeft Natuurmonumenten zich ingezet om de graslanden in de Ackerdijkse Plassen geschikter te maken als broedgebied voor weidevogels. Boswachter Martin Mos: 'Er is gekozen voor begrazing met koeien en een hooilandbeheer. Het resultaat hiervan is een bloemrijke en open grasmat. Dit voorjaar is ook het waterpeil omhoog gegaan. Dat is belangrijk voor het vinden van voedsel.'

Vochtige graslanden
Weidevogels, waaronder de grutto, komen van oorsprong uit de hoogvenen en open delta’s van Nederland. Dit soort natuur is de afgelopen decennia flink afgenomen. Hierdoor maakt de grutto al een tijd gebruik van natte weilanden.

Moeilijke leefomstandigheden
Door veranderingen in de landbouw en het steeds effectiever wegmalen van water zijn deze weilanden omgevormd tot eentonige, groene graslanden. In deze moderne grasmat kunnen weidevogels moeilijk hun jongen groot brengen. De jongen kunnen bijna geen voedsel vinden en door het intensieve maaibeheer vinden veel jongen vroeg de dood.

Trouw aan broedgebied
Weidevogels zijn zeer trouw als het gaat om het kiezen van hun broedplaats. Ondanks dat het broedgebied langzaam ongeschikt wordt en ze geen jongen meer groot brengen, blijven ze vaak toch terugkomen. Boswachter Martin Mos: 'Dat zorgt ervoor dat een groep weidevogels vergrijst en dat er geen jongen bij komen. Zo kan de hele groep sterven van ouderdom. Het is dan ook belangrijk om het broedgebied zo in te richten dat er voldoende jongen kunnen opgroeien en uitvliegen.'

Bron: Natuurbericht.nl 20 november 2011

05-10-2011 Het gaat niet goeds met weidevogels in Overijssel
Het gaat nog steeds niet goed met de weidevogels in Overijssel. De al jarenlang neerwaartse trend blijft doorgaan. Positief is dat op locaties waar veel wordt gedaan voor weidevogels, zoals in het Lierder- en Molenbroek, herstel mogelijk is. Belangrijke voorwaarden hierbij zijn vernatting, kruidenrijke percelen en verlate maaidata. In gebieden met beheersovereenkomsten is gemiddeld sprake van een positievere trend dan in gebieden waar niets voor weidevogels wordt gedaan.

Negatieve trend voor de meeste soorten
Het gaat steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels. Van de aantallen uit 1994 is nog maar ruim de helft over (55%). Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die met steeds minder paren tot broeden kwamen. De laatste jaren gaat het ook slecht met de Scholekster en de Kievit. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen. Maar ook in sommige polders in West-Overijssel kan sprake zijn van een sterke achteruitgang.

Beter gaat het in de door Agrarische Natuurverenigingen ingerichte en beheerde gebieden (bijv. Lierder- en Molenbroek). Ook in het weidevogelreservaat Giethoorn-Wanneperveen is de laatste tien jaar weer sprake van een opgaande lijn.

De Kievit is nog steeds de meeste voorkomende weidevogel, gevolgd door de Grutto. De Scholekster en de Wulp komen duidelijk minder algemeen. De neerwaartse trend voor de Veldleeuwerik zet door. Ook de Tureluur gaat verder achteruit. Voor twee kleine, minder opvallende soorten van het open landschap, de Graspieper en de Gele kwikstaart, geldt dat de aantallen constant blijven of iets toenemen. Van de Gele kwikstaart broeden in 2011 meer paren op de onderzochte plekken dan ooit zijn waargenomen. Deze soort maakt naast graslanden ook gebruik van gevarieerde graan- en aardappelakkers, waar minder verstoring is.

Gevolgen van te vroeg maaien
In het vroege en zonnige voorjaar van 2011 begon het maaien van graslandpercelen op sommige plekken al in het eind van april. Eind april zijn veel soorten pas met broeden begonnen. Wanneer sprake is van de bescherming van nesten door vrijwilligers en de predatie meevalt (lage aantallen van bijv. Zwarte kraai en de Vos) kunnen er al vroeg in het seizoen jonge vogels aanwezig zijn, bijvoorbeeld van de Kievit. Maar op veel plaatsen is dan geen of te weinig kruidenrijk of structuurrijk grasland aanwezig voor de jonge weidevogels om insecten te zoeken en er te schuilen. Veel van deze jongen worden dan ook niet groot.

Reservaten zorgen voor opmars van zeldzame soorten
Een aantal weidevogels, overwegend zeldzame soorten, is nu vrijwel beperkt tot reservaten. Het gaat om de Watersnip, de Zomertaling, de Slobeend en de Wintertaling. De Roodborsttapuit, voorheen een soort van heide en moerassen, zet haar opmars voort en is op diverse nieuwe plekken verschenen. Het gaat dan om kruidenrijke perceelranden met bramen die gelegen zijn in de buurt van grote natuurgebieden.

In 2011 te weinig jongen voor de Grutto
De Grutto is voor het weidevogelbeleid een belangrijke soort. Van de Grutto wordt het broedsucces gemeten aan de hand van paren met jongen. Als een nest uitkomt hoeft nog geen sprake te zijn van een geslaagd broedgeval. Het gaat om het aantal jongen dat uitvliegt. In 2011 was 22 % van de paren succesvol. Ze hadden in de laatste week van mei één of meerdere jongen. Dit betekent dat ruim drie kwart van de Grutto paren wel gebroed heeft maar dat de eieren of jongen al voor eind mei verloren zijn gegaan. Dit percentage is nog nooit zo hoog geweest en niet voldoende om de Overijsselse populatie in stand te houden. 60% van de paren moet jongen grootbrengen om achteruitgang tegen te gaan. Als dit percentage de komende jaren niet snel verbetert ziet het er voor de Grutto slecht uit.

Inspanning boeren
In een gebied met beheerovereenkomsten (boeren krijgen vergoeding voor het later maaien, vaak in juni) geldt dat dichtheden van o.a. de Grutto, de Wulp en de Tureluur gemiddeld hoger zijn dan in gebieden zonder deze overeenkomsten. In een aantal van deze gebieden (Ottershagen, Lierder- en Molenbroek, Kamperveen) is sprake van een goede weidevogelstand. Overeenkomsten zijn het meest effectief als ze worden gesloten voor grotere aaneengesloten gebieden.

Vanaf 2010 trekken de Agrarische Natuurverenigingen (als gebiedscoördinatoren) de uitvoering van het weidevogelbeleid voor de goede weidevogelgebieden in Overijssel. Dit vindt gebiedsgericht plaats. Samen met agrariërs, weidevogelbeschermers, wildbeheereenheden en natuurbeschermingsorganisaties wordt per gebied een Collectief Weidevogelbeheerplan opgesteld. De verwachting is dat deze gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak de komende jaren tot betere resultaten zal leiden.


19-09-2011 Weidevogelstand Delfland stijgt spectaculair
Uit tellingen die deze zomer zijn uitgevoerd in Delfland blijkt dat de stand van de weidevogels met maar liefst 52% spectaculair is toegenomen.

De afgelopen drie jaar heeft Natuurmonumenten zich sterk gemaakt voor de weidevogels in Delfland door het beheer aan te passen. Deze vorm van beheer en het aanpassen van de waterstand blijkt dus uitermate succesvol voor de weidevogels. Boswachter Martijn: ”Ik ben bijzonder blij dat we deze prachtige vogelgroep een steuntje in de rug hebben kunnen geven. Dat blijven we vooral ook doen.”
Onder druk
Weidevogels, met name grutto’s, tureluurs en kieviten, staan in Nederland al jaren sterk onder druk. In West-Nederland is de terugloop met 13% per jaar nog rigoureuzer dan in de overige delen van Nederland met gemiddeld zo’n 4%. Voor Natuurmonumenten alle reden om de daling van het aantal weidevogels een halt toe te roepen.

Ander beheer
In de verschillende terreinen in Delfland lijkt dat te gaan lukken. Door het waterpeil in de gebieden te verhogen wordt de grond van de weilanden kouder en natter. Het gras groeit minder snel, wat voor een gevarieerde grasmat zorgt en voldoende zicht voor de vogels. De aren van het bloeiende gras geven dekking voor de jonge vogels zodat die zich veilig kunnen bewegen. Bovendien vinden de volwassen vogels in een nattere omgeving voldoende voedsel zoals regenwormen. Met de pachters van de weilanden is overeengekomen dat er later wordt gemaaid en matig bemest.

Meer vogels
In de Polder Noord-Kethel en de Aalkeetbuitenpolder is de afgelopen drie jaar hard gewerkt om de weidevogels een betere broedplek te bezorgen. Met name het verhogen van het waterpeil heeft een positief effect. De tellingen van dit jaar laten zien dat er in de Aalkeetbuitenpolder een verdubbeling in aantallen is opgetreden ten opzichte van vorig jaar (zelfs nadat er ook in het voorgaande jaar reeds een verdubbeling tot verdrievoudiging in aantallen was geconstateerd). Het weidevogelgebied in Polder Noord-Kethel heeft pas afgelopen winter een extra impuls gekregen en laat direct resultaat zien. Met een stijging van 68% gaat het ook hier stukken beter met de weidevogels in het gebied.

Niet optimaal
Ondanks deze goede resultaten is de stand van de weidevogels nog steeds niet optimaal. Zo zijn de absolute aantallen weidevogels nog steeds relatief laag, daarom blijft Natuurmonumenten zich inzetten voor het behoud van deze unieke vogels.

Blankenburgtunnel
Het geplande traject van de Blankenburgtunnel loopt door het leefgebied van de weidevogels en vormt daarmee een groot risico voor het behoud van de vogels. De Blankenburgtunnel zal met een nieuwe driebaanssnelweg en torenhoge op- en afritten dwars door het zuidelijke Midden-Delfland van de A15 naar de A20 lopen en veroorzaakt daarmee forse schade aan landschap en natuur. Het alternatief, de Oranjetunnel, zal 8 kilometer westelijker lopen en is landschappelijk veel beter inpasbaar.

Bron: Natuuurbericht

Commentaar webredactie:
Voor Aalkeetbuitenpolder betreft het een vergelijking van BMP-tellingen over 4 jaar; de toename is te zien bij de kievit en de wulp. Voor Polder Noord Kethel betreft het een vergelijking over twee jaar en is de toename te zien bij kievit en tureluur. De overige soorten laten weinig verandering zien.

19-09-2011 Provinciale SNL-verordeningen door EL en I goedgekeurd
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft de provinciale SNL-verordeningen goedgekeurd. Alle provincies hebben het goedkeuringsbesluit inmiddels ontvangen. Alle beheerders die reeds een subsidiebeschikking hebben ontvangen voor 2011, waarin nog een voorbehoud is opgenomen over de ministeriële goedkeuring, kunnen deze passage als vervallen beschouwen.

In het voorjaar heeft de Europese commissie het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) goedgekeurd en kon het nieuwe stelsel in zijn volle omvang worden uitgevoerd. Op basis van de Wet inrichting landelijk gebied (WILG) heeft de Minister van EL&I ook een goedkeuringsplicht voor alle regelingen die hieronder vallen, waaronder het SNL. Nadat het stelsel door Europa was goedgekeurd kon ook de Minister zijn goedkeuring geven.

bron: Portaal Natuur en Landschap IPO

08-09-2011 Meer grutto's bij intensief weidevogelbeheer
Wanneer weilanden vogelvriendelijk worden beheerd, komt dat de grutto meetbaar ten goede. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen op basis van vier jaar veldstudie in Zuidwest Friesland. Een ei dat is gelegd op boerenland met een hogere grondwaterstand, meer verschillende kruiden tussen het gras en een latere maaidatum heeft maar liefst 17 keer meer kans om in het volgend voorjaar een volwassen broedvogel op te leveren dan een ei dat is gelegd op gangbaar beheerd, dat wil zeggen intensief gebruikt, hoogproductief boerenland.

De onderzoekers van de afdeling Dierecologie van de Rijksuniversiteit Groningen volgden tussen 2007 en 2010 in totaal 850 paar grutto’s op 8.471 ha boerenland in Zuidwest Friesland. Daarvan werd 20% weidevogelvriendelijke beheerd door particuliere boeren en door de natuurbeschermeningsorganisaties It Fryske Gea en Staatsbosbeheer. Het onderzoek werd uitgevoerd door grutto’s van kleurringen te voorzien. Daardoor werden ze op afstand individueel herkenbaar, en kon dus de overleving van kuikens en volwassen vogels van jaar tot jaar worden gevolgd.

Ecologische put
Op de 20% weidevogelvriendelijk beheerd land broedde 60% van de onderzochte grutto’s. Het speciaal beheerde weidevogelland bleek in die periode een bron van nieuwe grutto’s. Het gangbare weiland daarentegen was een ecologische ‘put’, wat betekent dat er per saldo meer grutto’s doodgingen dan erbij kwamen. Het grote verschil tussen de beide typen grasland zat hem vooral in de overleving van de eieren en de kuikens. Van de eieren op weidevogelvriendelijk beheerde gebieden kwam 54% uit, tegen slechts 32% van de eieren op gangbaar boerenland.

Succes kuikens
Een kuiken dat op weidevogelvriendelijk land uit het ei kroop, had vervolgens een tien keer zo grote kans om het volgend jaar als broedvogel terug te keren. Opgeteld leverde een ei op weidevogelvriendelijk beheerd land het volgend jaar dus 17 keer meer succes. De overleving van de volwassen vogels verschilde niet tussen de twee onderzochte typen land.

Verplaatsingen
Het lijkt er op dat de grutto’s deze betere kansen zelf ook inzien. De vogels zijn normaal gesproken erg trouw aan hun broedplaats. De meeste nesten liggen niet verder dan 300 meter van de plek van het jaar daarvoor. Maar als er wel verplaatsingen waren, dan was dit, ondanks het grote verschil in beschikbaar oppervlak, vaker van gangbaar boerenland naar weidevogelvriendelijk beheerd gebied (23% van alle broedvogels) dan andersom (4% van alle broedvogels).

Afname stoppen
Landelijk gaat het nog steeds erg slecht met de gruttopopulatie. Jaarlijks neemt het aantal vogels met meer dan 5% af. Om die afname te stoppen kan het beste worden geïnvesteerd in de periode van de nest- en kuikenoverleving. Eenmaal volwassen vogels lijken zich nog goed te kunnen redden.

Doeltreffend beheer
Weidevogels hebben toekomst in Nederland maar alleen in grote gebieden met doeltreffend weidevogelbeheer: hoge grondwaterstand, zodat de vogels in de zachte bodem naar wormen kunnen peuren en de vegetatie meer structuur krijgt, kruidenrijke vegetatie waar voldoende grote insecten voor kuikens te vinden zijn en waar voldoende dekking is, en pas laat in juni maaien, zodat de eieren en jongen niet in de maaimachines sneuvelen. Alleen dan worden genoeg grutto’s geproduceerd om de sterfte te compenseren.

Meer informatie
- Het onderzoek werd uitgevoerd door de afdeling Dierecologie van het Centrum voor Ecologische en Evolutionaire Studies van de Rijksuniversiteit Groningen, en voor een belangrijk deel gefinancierd door de Kenniskring Weidevogels van het toenmalige Ministerie van LNV.
- Meer informatie: Jos Hooijmeijer, RUG, tel. 050 - 363 77 27; Roos Kentie, RUG, tel. 0222-369 300; Theunis Piersma, RUG, tel. 0222-369 300 / 050-363 2043

Bronn: Rijksuniversiteit Groningen, 7 september 2011

05-09-2011 Grondgebruiksbank voor weidevogels
Boeren in Eemland die meer aan agrarisch natuurbeheer willen doen, hebben vanaf 2012 voorrang bij de uitgifte van pachtgronden. Met meer grond kunnen zij namelijk extensiever werken. Dat is goed voor de weidevogels. Ook boeren met een klompenpad over hun land hebben een streepje voor. Dit is mogelijk door een speciale grondgebruiksbank die voor Eemland in het leven is geroepen. De grondgebruiksbank bemiddelt bij het uitgeven van pachtgrond aan boeren. Het initiatief voor de grondgebruiksbank komt van de agrarische natuurvereniging Ark & Eemlandschap. Deze verwacht dat komend jaar al meer dan honderd hectare beschikbaar is. Veel Eemland-boeren nemen al extra maatregelen om weidevogels te beschermen.

Bron: Landwerk, augustus 2011

05-09-2011 DLG zet zich in voor bescherming van de grutto
Dienst Landelijk Gebied (DLG) gaat zich inzetten voor de internationale bescherming van de grutto: DLG zal de uitvoering van het AEWA-beschermingsplan voor de grutto coördineren. Dit volgt uit een samenwerkingsovereenkomst met het secretariaat van het African-Eurasian Waterbird Agreement (AEWA). Staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft deze overeenkomst gesloten namens het ministerie. DE AEWA beschermt watervogels in grote delen van de wereld, van Noord-Canada en Siberië tot in Zuid-Afrika.

Een werkgroep van afgevaardigden uit de 62 aangesloten landen gaat het beschermingsplan voor de grutto uitvoeren. Besloten is dat DLG ook nauw gaat samenwerken met Vogelbescherming Nederland. Deze vereniging heeft veel kennis van de grutto en andere weidevogels.

Nederland is een van de belangrijkste landen voor de grutto. De grutto is hét boegbeeld van de weidevogelbescherming en daarmee ook van het agrarisch natuurbeheer. De gruttopopulatie neemt al vele jaren af. Tot nu toe ligt de oorzaak daarvan voornamelijk in de broedgebieden. Op dit moment zijn de trekwegen en winterkwartieren nog relatief veilig. Maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Daarom is samenwerking met de betrokken landen van groot belang.

AEWA richt zich op bescherming van het gehele verspreidingsgebied van watervogels: de broedgebieden, doortrekgebieden en overwinteringsgebieden. Van de continentale West-Europese populatie van de grutto broedt het overgrote deel in Nederland. Belangrijke landen voor de grutto zijn ook Portugal en Spanje. Hier verblijven tienduizenden grutto’s tijdens de doortrek. In Senegal, Guinee-Bissau en Mali overwintert de grutto in rijstvelden. Andere broedgebieden liggen onder andere in Rusland en in IJsland.

bron: DLG

05-09-2011 Veel weidevogels in Groene Hart - Hollandse Waarden
De weidevogels hebben in het Groene Hart – Hollandse Waarden een goed broedseizoen gehad. Dit blijkt uit inventarisaties die in het gebied zijn uitgevoerd. In de Donkse Laagten en Polder Stein Noord hebben grote aantallen grutto’s, tureluurs, kieviten, kwartels en diverse eendensoorten gebroed.

De Donkse Laagten en Polder Stein Noord liggen in het Groene Hart – Hollandse Waarden. Veenweiden, plassen, lange sloten, koeien, molens, houtkades en knotwilgen vormen het beeld van dit eeuwenoude landschap. Het is een oer-Hollands waterrijk gebied met veel vogels.

Staatsbosbeheer zorgt voor een stabiel, hoog waterpeil in het gebied. Er wordt weinig bemest en het gras wordt pas na 15 juni gemaaid. Dit zorgt ervoor dat de vogels voldoende jongen kunnen grootbrengen. De jonge weidevogels hebben afwisseling nodig tussen hoog en laag gras. In het hoge gras kunnen de vogels schuilen en in het lage gras kunnen de jonge vogels voedsel zoeken zonder moe te worden. Verder zijn een aantal weidevogelplassen in het gebied onmisbaar. Hier kunnen de vogels rusten, slapen, een partner zoeken en vooral veel eten.

Bron: Staatsbosbeheer


29-08-2011 Aantal vogels boerenland hard achteruit
Populaties van boerenlandvogels in Europa zijn gedaald naar een dieptepunt. Dit blijkt uit de laatste gegevens van het Pan-European Monitoring Scheme. Hierin zijn tussen 1980 en 2009 populaties van 145 algemene vogelsoorten in 25 landen gemonitord. De resultaten laten zien dat boerenlandvogels het hardst achteruit gaan en dat ze de laagste aantallen ooit hebben bereikt.

In de Top 10 van de snelste dalers staan onder verschillende kenmerkende soorten van het Nederlandse boerenland, zoals patrijs (66% afname), grutto (55% afname), graspieper (51% afname) en kneu (49% afname). Daarnaast nemen ook andere soorten sterk in aantal af (zie tabel onderaan). Intensivering van de landbouw is één van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van boerenlandvogels. De resultaten laten duidelijk zien dat een hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) noodzakelijk is om boerenlandvogels duurzaam te beschermen, onder andere door boeren te belonen en te stimuleren om beheersmaatregelen uit te voeren.

In oktober worden de voorstellen verwacht voor het nieuwe GLB dat zal lopen van 2014 tot 2020. Vogelbescherming Nederland vreest dat deze voorstellen onvoldoende middelen zullen bevatten voor agrarisch natuurbeheer en andere natuurvriendelijke methoden voor landbouw.

Steven Kragten, senior beleidsmedewerker landelijk gebied bij Vogelbescherming Nederland: “Het is bekend dat onze weide- en akkervogels hard achteruitgaan en blijkbaar geldt dit voor heel Europa. Dit is geen toeval, het gehele Europese landelijk gebied is gevormd door het GLB. Dit beleid heeft geleid tot hogere voedselproductie, maar onze boerenlandvogels hebben hier de prijs voor betaald.”

Volgens Vogelbescherming Nederland biedt het nieuwe GLB een uitgelezen mogelijkheid om het verlies aan biodiversiteit op het Europese platteland tegen te gaan. Hiervoor dienen voldoende middelen te worden gereserveerd om de uitvoer van effectief agrarisch natuurbeheer mogelijk te maken. Steven Kragten: “Het gaat niet om een keuze maken tussen het produceren van voedsel en natuurbescherming. Wij zijn er van overtuigd dat beide hand in hand kunnen gaan”.

Recente aankondigingen over het EU budget laten echter zien dat beleidsbepalers pleiten voor minder geld in de tweede pijler van het GLB. Hieruit wordt onder andere het agrarisch natuurbeheer betaald. Daarnaast laat een recentelijk uitgelekt document zien dat er plannen zijn om lidstaten de mogelijkheid te bieden om middelen te verschuiven van agrarisch natuurbeheer naar andere doelstellingen.

De resultaten van het Europese vogelmonitoringprogramma toont aan dat de EU de biodiversiteitsdoelstellingen voor 2010 niet haalt en dat ook de doelstellingen voor 2020 waarschijnlijk niet gehaald zullen worden. Alhoewel de lidstaten de nieuwe biodiversiteitsstrategie afgelopen juni hebben omarmd is het nog wachten op toezeggingen om deze doelstellingen ook daadwerkelijk te behalen.

Naam NL Trend* Europese trend** Rode Lijst
1 Patrijs 95% 66% Ja
2 Grutto 60% 55% Ja
3 Graspieper 50% 51% Ja
4 Kneu 50-75% 49% Ja
5 Tureluur 50% 46% Ja
6 Torenvalk 50%*** 42% Nee
7 Kievit 40%*** 38% Nee
8 Boerenzwaluw 50-75% 33% Ja
9 Zomertortel 85% 22% Ja
10 Veldleeuwerik 90% 19% Ja

Tabel: Top 10 van snelste dalers van het Nederlandse boerenland
* Bron: Van Beusekom et al, 2005
** Bron: www.ebcc.info/index.php?ID=457
*** Bron: www.vogelbescherming.nl

Tekst: Marieke Dijksman en Steven Kragten, Vogelbescherming Nederland

24-07-2011 Succesvol weidevogelseizoen in Friesland
Na het succesvolle broedseizoen van 2010 is 2011 voor de weidevogels in de Friese weidevogelgebieden van Natuurmonumenten eveneens een goed jaar. De aantallen broedparen zijn van bijna alle soorten nog hoger dan vorig jaar. Natuurmonumenten heeft de weidevogelgebieden behoorlijk nat weten te houden in de droge aprilmaand, waardoor waarschijnlijk meer vogels naar de gebieden zijn getrokken. In tegenstelling tot de drogere landbouwgebieden zijn de vogels in de nattere weidevogelgebieden snel aan het leggen gegaan in het kurkdroge voorjaar van 2011.

Vliegvlug
Maar het meest belangrijk voor het in stand houden van de weidevogels is dat er kuikens vliegvlug worden. Hierover is boswachter Simon de Winter zeer positief: 'een groot aantal kuikens heeft de vliegvlugge leeftijd bereikt. De telling van 30 mei op Skrins leverde 133 paar grutto’s en 39 paartjes tureluur met kuikens op. Ook op Skrok en in het Hegewiersterfjild zijn in deze periode veel gezinnen geteld. Helaas was het voor de kievit geen goed jaar. De eieren kwamen voor een groot deel wel uit, maar de kleine kuikens hebben waarschijnlijk ook last van het droge weer gehad, waardoor ze het helaas niet hebben gered'.

Droogte
Was vorig jaar het koude voorjaar een belangrijke factor in het broedsucces, dit jaar heeft de droogte een belangrijke rol gespeeld in de grote kuikenoverleving. Doordat de weidevogelgebieden op rijke kleigrond liggen, groeit het gras in een 'normaal' seizoen vrij snel. Daardoor wordt het gras snel te lang voor veel jonge vogels om makkelijk voedsel te vinden. Vaak gaan de gezinnen dan het gebied uit op zoek naar insecten. Maar net als vorig jaar kwam de grasgroei laat op gang, zodat de jonge vogels zich lange tijd goed konden verplaatsen in de vegetatie van de natuurgebieden. Daardoor werden de kuikens niet het slachtoffer van maaiactiviteiten door omliggende boeren die, in tegenstelling tot Natuurmonumenten, veel eerder dan 15 juni maaien.

Grutto's
In natuurgebied de Filenspolder bij Witmarsum werd dit jaar de hoogste dichtheid bereikt wat grutto’s betreft. Simon: 'we dachten de laatste jaren dat het gebied wel bijna “vol” zat met gemiddeld zo’n 65 paartjes grutto, maar dit blijkt niet zo te zijn, want er hebben dit jaar 77 paartjes grutto gebroed op 23 hectare!' Een mooi resultaat.

Bron: Natuurmonumenten


01-06-2011 Advieswijzer Ruwvoer en weidevogels en Beheerwijzer beschikbaar
CLM, Projecten LTO Noord en Live Stock Wageningen Universiteit hebben de Advieswijzer Ruwvoer en weidevogels uitgebracht. Deze brochure bevat informatie hoe kwalitatief goed lang gras te maken op percelen met uitgesteld maaien voor boer én voor weidevogels. De brochure is te downloaden via de knop Overig in de rubriek Downloads op deze website.

Tevens is het mogelijk om via de website van Verantwoorde Veehouderij de Beheerwijzer te gebruiken . Dit programma berekent de voedertechnische en economische gevolgen voor het toepassen van een of meerdere weidevogelpakketten op het bedrijf.
http://www.verantwoordeveehouderij.nl/index.asp?/producten/LivestockResearch/software/beheerwijzer

24-05-2011 Oproep aan Bleker: voorkom uitsterven van onze weidevogels
Landschapsbeheer Nederland dringt er in een brief aan staatssecretaris Bleker op aan de internationale verplichtingen ten aanzien van grutto en andere weidevogels op te pakken om te voorkomen dat 'onze' weidevogels uitsterven.



Het kan toch niet zo zijn dat 75% van de grutto's de tocht van 5.000 km van Afrika naar ons land tevergeefs aflegt, omdat het niet meer lukt om jongen groot te brengen. De achteruitgang van de grutto wordt veroorzaakt door de intensieve melkveehouderij in ons land. Bleker zegt in te zetten op agrarisch natuurbeheer maar laat te veel onbenoemd. Zo is het weidevogelbeleid wel gedecentraliseerd naar de provincies, maar zijn er geen landelijke doelstellingen rond weidevogels. Terwijl Nederland wel internationale verplichtingen heeft.

De brief is getekend door Vogelbescherming Nederland, mede namens Landschapsbeheer Nederland, Natuurmonumenten, De12Landschappen, Milieudefensie en stichting Natuur en Milieu.

De brief is te downloaden van www.landschapsbeheer.nl

18-05-2011 Jaarboek Weidevogels Noord Holland 2010 is uit!
Het Kenniscentrum Weidevogels publiceert jaarlijks haar jaarboek weidevogels. Hierin presenteert zij allerlei bijdragen over het wel en wee van de weidevogels en allerlei activiteiten die hiermee samenhangen. Zo is een artikel opgenomen over het meetnet weidevogels die de langjarige trends van de weidevogels weergeeft en een artikel over de Kop van Noord-Holland waarin de verspreiding en ontwikkeling van weidevogels onder loupe zijn genomen. Verder worden de resultaten van de vrijwillige weidevogelbescherming gepresenteerd. Andere bijdragen zijn onder meer over de rol van de gebiedscoördinator, de activiteiten van de weidevogelkringen, de kwartelkoning, veldlaboratorium en het Wormer en Jisperveld.Het jaarboek is te downloaden via de knop "Downloads" op deze website in de rubriek "Jaarverslagen".


04-05-2011 Oudste grutto van Europa gesneuveld
De oudste Europese grutto ooit is gevonden in de Krommenieër Woudpolder. Op 19 april 2011 werd tijdens weidevogelbeschermingswerk een dode grutto gevonden. De grutto was voorzien van een ring en met behulp van de ringgegevens werd duidelijk dat de grutto bijna 30 jaar oud is geworden. De maximale leeftijd van de grutto is daarmee 5 jaar naar boven bijgesteld.

Weidevogelbeschermer Henk de Vries uit Krommenie vond de dode vogel op 19 april op het land van veehouder Wouda in de Krommenieër Woudpolder met een ring van Vogeltrekstation aan de poot. De ring was behoorlijk versleten, maar het nummer was nog goed te lezen. Hoe de vogel aan zijn eind is gekomen, viel niet meer te achterhalen. Navraag bij het Vogeltrekstation te Wageningen leverde een verrassende uitkomst op. De grutto was als kuiken geringd door Jan van der Geld op 11 juli 1981 in het Wormer- en Jisperveld. De vogel is precies 29 jaar, 9 maanden en 8 dagen oud geworden! Het vorige record stond op 25 jaar en 17 dagen en is dus met bijna 5 jaar verlengd. Gemiddeld wordt een grutto 11 jaar oud.

Dat steltlopers relatief oud kunnen worden is bekend. Dit is harder nodig dan ooit vanwege de tanende gruttopopulatie. In jaren met extreme droogte zoals nu, komt een deel van de populatie niet aan broeden toe. Om deze op niveau te houden moet één paartje grutto’s jaarlijks bijna één vliegvlug kuiken produceren. Dit voorjaar zijn in de Krommenieër Woudpolder, één van de betere weidevogelgebieden van Nederland, greppels plasdras gezet speciaal voor de weidevogels. De boeren kregen hiervoor een vergoeding van Landschap Noord-Holland.

Voor de overleving van de gruttopopulatie is het essentieel dat er voldoende jonge vogels worden geringd. Hierdoor wordt er informatie verkregen over de vogeltrek, reproductie en overleving en is het mogelijk om bijvoorbeeld een populatiemodel te maken. Daarmee worden de meest cruciale stadia in de levenscyclus van grutto’s in kaart gebracht. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om effectieve beschermingsmaatregelen te nemen. Met dit doel worden er in Nederland jaarlijks grote aantallen vogels geringd van diverse soorten. Op 24 mei 2011 is het precies 100 jaar geleden dat de allereerste vogel in Nederland werd geringd. Daarom is er op deze dag een manifestatie over ‘100 jaar vogels ringen’ in Nederland. www.vogeltrekstation.nl

Bron: Vogeltrekstation

21-04-2011 Eerste gruttokuikens gezien!
Uit Amstelland worden de eerste jonge grutto's gemeld. In de Bovenkerkepolder op 21 april en in de Ronde Hoep zelfs al op 20 april. Het eerste ei van die legsels moet rond 21-22 maart zijn gelegd. Extreem vroeg!!

16-04-2011 Eerste jonge kieviten gezien!
Op zaterdag 16 april 2011 heeft vrijwilliger Kees de Jong op een maisperceel onder Hoogblokland (Alblasserwaard, ZH) de eerste jonge kieviten aangetroffen, meldt Jan Andeweg. Terugrekenend is het eerste ei van dit nest gelegd rond 15 maart.

Eveneens op zaterdag 16 april zijn in het Schanebroek bij Luttenberg in Overijssel ook jonge kieviten gesignaleerd, meldt Rick Wijberg.

Op woensdag 20 april zijn in de gemeente Deurne de eerste jonge kieviten van Brabant gesignaleerd, meldt Bert Joppe van de vogelwerkgroep de Kulert in Deurne.


Eerste kievitpul van 2011

16-04-2011 Eerste scholekstereieren in overige provincies
Gelderland
Op zaterdag 16 april vond Peter van de Mheen om 16.35 uur een scholeksternest met 2 eieren in Arkemheen

Noord Brabant
Op donderdag 14 april vond Jaap Wijdenes een scholeksternest met 2 eieren in Laarbeek.

Drenthe
Op zaterdag 9 april vond dhr. Scheper in Emmen om 10.00 uur een scholeksternst met 3 eieren.

Zuid Holland
Op 4 april vond Theo Boxman om 11:20 uur een scholeksternest met 2 eieren in de Drooggemaakte Grote Polder in Stompwijk.

Utrecht
Op vrijdag 1 april vonden Jacob Steenbeek en Krijn Makkink een nest met 3 eieren in het Kromme Rijn gebied.

13-04-2011 Eerste tureluureieren in overige provincies
Drenthe
Op woensdag 20 april vond Will van Wijk om 10.30 uur aan de Matsloot bij Hoogkerk een nest met 4 eieren.

Overijssel
Op woensdag 13 april vond B. van Lenth een nest met 2 eieren in het gebied Ramelen bij Raalte.

Zuid Holland
Op maandag 11 april vond Frank Luijben een nest met 4 eieren op een graslandperceel in Aarlanderveen.

Utrecht
Op donderdag 7 april vond Toon van de Wolfshaar een nest met 4 tureluureieren op een graslandperceel in Bunschoten.

Gelderland
Wulf van der Pol vond op dinsdag 5 april om 15.15 uur in de Putterpolder te Nijkerk een nest met 1 ei.

11-04-2011 Op 16 april gaat de Landelijke Weidevogelkijkweek 2011 van start
Van zaterdag 16 april tot en met zondag 24 april 2011 vindt de landelijke Weidevogelkijkweek plaats. Het is dé periode van het jaar om van weidevogels te genieten. In het hele land worden activiteiten georganiseerd, variërend van fiets- en wandeltochten tot open dagen op boerderijen en in bezoekerscentra. Op meer dan 60 plekken is wel iets rond weidevogels te doen.

Op de website www.weidevogelskijken.nl zijn alle locaties en activiteiten te vinden.



Kom kijken en genieten van weidevogels
Weidevogels horen bij Nederland als tulpen, molens en koeien in de wei. Maar welke vogel loopt daar en hoe zien hun jongen eruit. Op www.weidevogelskijken.nl zijn veel locaties aangegeven waar mensen zonder te verstoren naar weidevogels kunnen kijken. Lokale weidevogelbeschermingsgroepen, agrarische natuurverenigingen en natuurbeschermingsorganisaties organiseren activiteiten waarbij u – soms onder leiding van ervaren vogelaars, soms zelfstandig - volop kunt genieten van weidevogels.

Organisatie
De Weidevogelkijkweek wordt georganiseerd door Landschapsbeheer Nederland en Vogelbescherming Nederland in samenwerking met Veelzijdig Boerenland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de12Landschappen en met de onmisbare hulp van de vele lokale vrijwilligersgroepen en agrarische natuurverenigingen die met weidevogelbeheer en –bescherming actief zijn.

07-04-2011 Eerste grutto-eieren 2011 in overige provincies
Gelderland
Op maandag 28 maart vond Wulf van der Pol om 18.15 uur in de Puttterpolder een nest met vier grutto-eieren.

Utrecht
Op dinsdag 29 maart vond Will Oostveen in Oudewater een nest met twee grutto-eieren.

Noord Brabant
Op zaterdag 2 april vond Bennie Bueters in Ravesteijn een nest met vier grutto-eieren.

Overijssel
Op onderdag 7 april vonden Bert Schuldink en Anton Wielink een nest met 1 grutto-ei in polder Mastenbroek bij Zwolle.



05-04-2011 Eerste tureluurei in 2011 gevonden in Amstelveen
Op maandag 4 april vond Kees Lambalk in de Bovenkerkerpolder bij Amstelveen het eerste tureluurei van Nederland in 2011.

04-04-2011 Eerste wulpeneieren in overige provincies
Noord Brabant
Op dinsdag 22 maart vond Bert de Koning van de weidevogelbeschermingsgroep Sint Oedenrode nest met 2 wulpeneieren in het gebied Jekschot.

Drenthe
Op zondag 27 maart vond Bert Dijkstra op een perceel nabij Taarloo een nest met vier wulpeneieren.

Gelderland
Op vrijdag 1 april vond A. Rekers in het Binnenveld in Wageningen een nest met 3 wulpeneieren.

30-03-2011 Eerste scholeksterei 2011 gevonden in Spierdijk (NH)
Op woensdag 30 maart vond Tom van Baar om 13.00 uur het eerste scholeksterei van Nederland in 2011 bij melkveehouder Pascal Steur in polder de Achterkogge te Spierdijk Nood-Holland.


28-03-2011 Droogte bedreigt weidevogelbroedseizoen, snelle actie nodig
Nog voordat het broedseizoen voor de weidevogels goed op gang moet komen, constateren weidevogelonderzoekers en -beschermers dat de vogels het erg moeilijk hebben. Door de droogte in de graslanden is de bodem hard aan het worden en is het bodemleven dieper in de bodem gekropen. Juist in deze weken moeten de weidevogels veel regenwormen kunnen eten omdat zij daardoor eieren kunnen gaan produceren. De droogte wordt vooral veroorzaakt doordat in de laatste weken nauwelijks regen is gevallen, het tweede deel van de winter relatief droog was en de graslanden goed ontwaterd zijn voor de landbouw.

Landschap Noord-Holland wil iets voor de weidevogels doen in Noord Holland. Uit een lezersactie in 2007 is een bedrag van 50.000 euro bijeengebracht door de Beschermers van Landschap Noord-Holland. Daarvan is nog 10.000 euro inzetbaar om de voedselsituatie voor een deel van de weidevogels op korte termijn te verbeteren. Misschien dat daarmee kan worden voorkomen dat (voor een deel van de weidevogels) het broedseizoen mislukt. De eerste tekenen daarvoor zijn al aanwezig. Er broeden nog weinig kieviten, scholeksters lopen in bermen te foerageren en de grutto’s en tureluurs concentreren zich vooral op en rond plasdraspercelen.

Aan boeren in Noord-Holland wordt gevraagd hun greppels, of een deel van hun grasland voor twee weken plas/dras te zetten. Als vergoeding looft Landschap Noord-Holland per hectare 150 euro voor de eerste week uit en 100 euro voor de tweede week. Voor alleen het vol zetten van de greppels (met 50 cm water aan beide zijden), bedraagt de vergoeding per hectare 125 Euro voor de 1e en 75 Euro voor de 2e week. Voorwaarde is wel dat het graslandperceel dat wordt aangeboden in een gruttokerngebied ligt en dat het zich op tenminste 100 meter van verstoringsbronnen bevindt.

Deze actie loopt vanaf heden tot eind april en stopt als het geldbedrag besteed is of als er voldoende regen komt. Het Landschap roept ook andere natuurorganisaties zoals agrarische natuurverenigingen op om dit voorbeeld te volgen.

Met greppel-plasdras komt het voedsel beter beschikbaar, terwijl hier over een paar weken kievitkuikens veel insecten kunnen vinden. Later in het seizoen profiteren tureluurs en grutto’s van dit soort weilanden doordat er een open grasstructuur is met een rijk insectenleven.

Wilt u als agarier in Noord Holland gebruik maken van de mogelijkheid dan kunt u contact opnemen met: Wim Tijsen (06-53118106) als u land heeft in Laag Holland of met Stijn van Belleghem (06-13584908) voor de rest van de provincie. Of met uw plaatselijke Agrarische Natuurvereniging.



25-03-2011 Eerste grutto-ei van Nederland gevonden Uitdam in Noord Holland
Vanmorgen is het eerste grutto-ei van Nederland in Noord-Holland gevonden als lichtpuntje in een tot op heden mager weidevogelseizoen. Het nest werd gevonden door weidevogelbeschermer Ab Kalkman uit Amsterdam, op het land van veehouder Anton Dirksen bij Uitdam. Veehouder Dirksen moest nog wat slootkant-werkzaamheden verrichten en riep uiteraard de hulp in van zijn trouwe weidevogelbeschermer Kalkman. Waarbij op de terugweg een ‘tweetje’, oftewel een nest met twee eieren, werd gevonden. Vorig jaar werd het eerste gruttolegsel in NH gevonden op 29 maart.

Op het bedrijf van veehouder Dirksen wordt al 15 jaar aan agrarisch natuurbeheer gedaan als lid van de agrarische na-tuurvereniging Water, Land en Dijken. Voor die tijd werden de weidevogels er ook al beschermd op vrijwillige basis. Sinds 1989 werken boer Dirksen en vrijwilliger Kalkman al samen bij de bescherming van de weidevogels in het gebied van Waterland-Oost. Ze maken zich bijna op voor het 25-jarig jubileum…

De weidevogelbescherming in nationaal landschap Laag-Holland wordt in een samenwerkingsverband gecoördineerd door Water, Land & Dijken en Landschap Noord-Holland. In het gebied zijn zo’n 400 boeren en 600 vrijwillige weidevo-gelbeschermers actief betrokken bij de bescherming van kuikens en nesten van weidevogels.

Voor meer informatie over dit bericht; Wim Tijsen (06-53118106)

21-03-2011 Eerste kievitseieren in overige provincies
Noord Holland
Nico Dekker vond op zaterdag 12 maart een nest met twee kievitseieren in het Ilperveld. De vondst werd op maandagochtend 14 maart gemeld bij Landschap Noord Holland.

Noord Brabant
Op zondag 13 maart om 10.00 uur heeft Jan van Strijthoven uit Diessen in het gebied De Toekomst het eerste kievitsei van Noord Brabant gevonden.

Limburg
Op maandag 14 maart vond Willem Maris rond 17.30 uur het eerste kievitsei van Limburg op een maisakker in Ospel.

Utrecht
Vader en zoon Aart en Roelof Koelewijn vonden dinsdag 15 maart rond kwart voor elf het eerste kievitsei van Utrecht in Eemdijk in de gemeente Bunschoten. Het ei werd rond 13.30 uur gemeld bij SBNL en Landschap Erfgoed Utrecht.

Drenthe
Flip ter Heide uit Norg vond op dinsdag 15 maart om 13.30 een nestje met twee kievitsieren in de Eenerstukken bij Een. De vondst werd om 15.45 uur per mail gemeld bij Landschapsbeheer Drenthe.

Gelderland
A. Koelewijn uit Spakenburg vond op woensdag 16 maart om 09.00 uur het eerste kievitsei van Gelderland in de polder Arkemheen te Nijkerk. De vondst werd om 9.50 uur gemeld bij stichting Landschapsbeheer Gelderland.

Friesland
Geart Kleinhuis uit Eernewoude vond op woensdag 16 maart om 13.30 uur het eerste kievitsei van Friesland aan de Simmerdyk in Hardegarijp.

Overijssel
Harm Jan Kerssies vond op donderdag 17 maart om 9.45 uur het eerste kievitsei van Overijssel op een maisakker in Vromshoop. Jan Udding namens SBNL en Henk Spijkerman namens Landschap Overijssel hebben het ei gecontroleerd en in orde bevonden.

Flevoland
Andries Sandra vond op donderdag 17 maart om 15.15 uur het eerste kievitsei van Flevoland in Luttelgeest.

Zeeland
Levien Melse vond op 21 maart om 18:00 een kievitsnest met 3 eieren aan de Koekoeksweg te Meliskerke.


Roelof en Aart Koelewijn bij het eerste kievitsei in Gelderland op 16 maart 2011

19-03-2011 Eerste wulpenei 2011 gevonden in Overijssel
Op vrijdag 18 maart vond T. Eenkhoorn om 11.40 uur het eerste wulpenei van 2011 in de Mastenbroekerpolder in Overijssel.


T. Eenkhoorn bij het eerste wulpenei in 2011 in de Mastenbroekerpolder

07-03-2011 Eerste kievitsei van 2011 gevonden in Maasland
Gisteren, zondag 6 maart, vond Sjaak Rasens op een weiland in de Commandeurspolder in Maasland in de provincie Zuid-Holland het eerste kievitsei van 2011. De vondst werd gemeld op maandag 7 maart om 07.30 uur. Controleurs van Landschapsbeheer Nederland en SBNL hebben het eitje vandaag gecontroleerd en vastgesteld dat het een vers ei is.

Met het vinden van dit kievitsei is het weidevogelseizoen 2011 begonnen. Vanaf nu gaan duizenden vrijwilligers in overleg met hun boeren regelmatig het land in om waar nodig nesten van weidevogels te zoeken en te beschermen tegen sneuvelen door landbouwkundige activiteiten. Elk niet gesneuveld ei betekent immers een extra kuiken dat in ieder geval een kans krijgt om groot te worden.


07-02-2011 www.weidevogelboerderijen.nl online
De website www.weidevogelboerderijen.nl is online. Op de website staan alle weidevogelboeren die zich in het netwerk weidevogelboerderijen van Vogelbescherming hebben verenigd. En alle weidevogelboeren van Nederland kunnen zich er aanmelden voor het netwerk! Kom een kijkje nemen of de boeren in uw buurt ook op de site staan!


16-12-2010 Jaarverslag Weidevogelbescherming in Flevoland in 2010 uit!
In het jaarverslag Weidevogelbescherming in Flevoland in 2010 vindt u de resultaten van het broedseizoen van weidevogels in het afgelopen voorjaar. Ondanks het koude voorjaar begon het broedseizoen redelijk op tijd, maar de tragere groei van gewassen bracht weer bijzondere situaties met zich mee. In dit weidevogeljaar werden in Flevoland minder nesten geregistreerd, maar er zijn leuke pluspunten te noemen. De provincie Flevoland financiert het project weidevogelbescherming tot 2013. Voor het eerst is er dit jaar ook geld van de Nationale Postcode Loterij ingezet voor het Gruttofonds. Zie voor de resultaten het Jaarverslag onder de knop Downloads op de website.


11-11-2010 Hoe overwinteren onze veldleeuweriken? Bescherming ook ’s winters noodzakelijk
Vrolijk gezang, hoog in de lucht. De veldleeuwerik hoort onlosmakelijk bij de zomer, maar in Nederland is het aantal broedparen sinds begin jaren zeventig met bijna 95% afgenomen. Over de overwintering van de veldleeuwerik was tot voor kort zeer weinig bekend. Toch liggen ook daar kansen voor bescherming. Dit blijkt uit onderzoek dat Arne Hegemann en collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen uitvoerden in samenwerking met het Vogeltrekstation en dat onlangs werd gepubliceerd.

Vogels van het boerenland gaan hard achteruit. De afgelopen decennia zijn in West-Europa de aantallen met 50% afgenomen. Topduikelaar in Nederland is de veldleeuwerik (Alauda arvensis). Sinds begin jaren zeventig is deze soort met bijna 95% afgenomen, van 700.000 broedparen toen naar 38.000 nu.

Jaarrond beschermen

De achteruitgang van boerenlandvogels werd tot nu toe vooral geweten aan veranderde omstandigheden tijdens het broedseizoen: vernietiging van nesten door agrarische activiteiten, minder voedsel voor de jongen enzovoort. Of en hoe de wintersituatie ook bijdraagt aan de aantalsafname was niet duidelijk. Sterker nog, we weten zelfs erg weinig over waar onze veldleeuweriken in de winter verblijven. Terwijl die kennis essentieel is om vogels jaarrond te kunnen beschermen.

Twee strategieën

Blijven Nederlandse veldleeuweriken in de winter in het broedgebied of trekken ze naar het zuiden? Beide is het geval, concludeerde Arne Hegemann van de RUG onlangs in een publicatie in het ornithologisch vaktijdschrift Ardea. Onze veldleeuweriken blijken er twee verschillende overwinteringsstrategieën op na houden: Een deel van hen trekt weg, naar zuidwest Europa, en een ander deel blijft in de buurt van het broedgebied hangen. In de winter krijgen de Nederlandse standvogels bovendien gezelschap van leeuweriken uit het noorden en oosten van Europa.

Bescherming

Voor de bescherming en instandhouding van de Nederlandse broedpopulatie is het belangrijk dat veldleeuweriken goed de winter door komen. Door veranderde landbouwmethoden is het voedselaanbod voor akkervogels in de winter echter in de loop der jaren gereduceerd. Dit onderzoek benadrukt dat beschermingsmaatregelen ook gericht moeten zijn op de wintersituatie, in zowel de overwinteringsgebieden in zuidwest Europa als in Nederland.

Zendertjes

Voor deze studie hebben Hegemann en zijn mede-onderzoekers van de RUG in samenwerking met het Vogeltrekstation een analyse gemaakt van de ringgegevens van meer dan 88.000 veldleeuweriken die sinds 1911 zijn verzameld door het Vogeltrekstation. Daarnaast bestudeerden de Groningse biologen in de winters van 2007-2008 en 2008-2009 het trekgedrag van 27 veldleeuweriken van het Aekingerzand (Nationaal Park Drents Friese Wold). Zij rustten de leeuweriken in de nazomer uit met zendertjes en volgden de vogels de hele winter met een ontvanger.

Trekken of blijven, waarom?

De ontdekking dat binnen een broedpopulatie zowel standvogels als trekvogels samenleven, levert nieuwe mogelijkheden om een aloude wetenschappelijke puzzel op te lossen: Waarom trekken sommige vogels in de winter naar het zuiden en andere niet? Ofwel: Welke strategie levert onder welke omstandigheden de meeste nakomelingen op? De gemengde populatie van veldleeuweriken biedt voor de toekomst de gelegenheid om de voor- en nadelen van wegtrekken of blijven te onderzoeken.

Uitvoering en financiering

Het onderzoek werd geleid door promovendus Arne Hegemann, uit de groep van prof.dr. Irene Tieleman bij Dierecologie van het Center for Ecological and Evolutionary Studies, Rijksuniversiteit Groningen. Het werd mede-gefinancierd door Vogelbescherming Nederland en met beurzen van het Schure-Beijerinck-Popping Fonds, de Dr. J.L. Dobberke Stichting en het Deutsche Ornithologen-Gesellschaft.


Bron: RU groningen/9/11/2010

05-10-2010 WEIDEVOGELS tussen krimp en kramp
Nederland weidevogelland, toch? Nederland kent een grote enthousiasme en verantwoordelijkheid voor de weidevogels en hun bescherming. Maar tevens lijkt een omwenteling in de krimp van onze weidevogels ondanks vele beschermings en beleidsinspanningen nog altijd niet bereikt. Het is tijd voor een blik in de toekomst.
Deze studiedag wordt georganiseerd door Nederlandse Ornithologische Unie en Biologysk Wurkferbân van de Fryske Akademy en zal plaatsvinden in het congres- en studiecentrum It Aljemint (Doelestraat 4-6) te Leeuwarden. Toegang is gratis.

Voor meer informate: klik hier

14-09-2010 Stoppen met nestbescherming is geen optie!!
Nadenken voor je iets doet, maar waar en wanneer nodig vooral dòòrgaan met nestbescherming en dus ook op bouwland. Dat is de reactie van Landschapsbeheer Nederland op de berichten die de laatste weken zijn verschenen over de ervaringen van weidevogelbeschermingsgroep De Monden uit Drenthe met het stoppen met beschermen van nesten van weidevogels op bouwland.



“Het risico dat er bij nestbescherming nesten verloren gaan doordat predatoren profiteren van achtergelaten voet- en/of geursporen, is niet geheel uit te sluiten. Maar die kans op predatie is sterk afhankelijk van de predatiedruk in een gebied en die varieert heel sterk tussen gebieden. Er zitten nu eenmaal niet in elk gebied evenveel kraaien, vossen en andere predatoren. Verder staat vast dat niets doen er veelal toe leidt dat veel meer nesten verloren gaan door landbouwkundige activiteiten. Hierbij bestaan er ook verschillen tussen landbouwactiviteiten. Zo loopt een nest bij maaien op grasland meer risico dan bij chemische onkruidbestrijding in graanpercelen omdat bij maaien de hele oppervlakte wordt bewerkt en bij chemische onkruidbestrijding niet. Daarom is het onverstandig om de resultaten van één gebied landelijke geldigheid te geven.”

De gegevens van Landschapsbeheer Nederland laten zien dat in 2008 van alle toen 113.000 gevonden nesten ruim 72% met succes uitkwam en dat 17,5% door predatie verloren ging. Van de ruim 22.000 nesten waarvan in 2008 echt bekend was dat ze daadwerkelijk beschermd zijn tegen landbouwkundige activiteiten kwam zelfs ruim 75% met succes uit en werd slechts 14% gepredeerd. Er is dus geen sprake van dat 'de traditionele manier van weidevogelbescherming averechts werkt’, zoals gesteld in het persbericht van De Monden. Vrijwilligers zorgen er via het markeren van nesten en het overleg met de boer voor dat driekwart van de nesten uitgebroed wordt. Zonder deze bescherming zou dit – juist op bouwland! – hooguit 5% zijn. Vrijwilligers fungeren overigens ook in de periode dat er kuikens rondlopen als ogen en oren in het veld. Zij informeren de agrariër over de locatie waar de kuikens lopen, zodat deze hiermee rekening kan houden bij zijn werkzaamheden.

“De cijfers van 2008 zijn geen uitzondering, deze resultaten hebben we ook in andere jaren”, volgens van Paassen. “Natuurlijk zijn er gebieden waar de predatiedruk hoog ligt. Dan moet je als vrijwilliger je aanwezigheid in het gebied en je werkwijze bij het beschermen van nesten aanpassen. Dat vraagt deskundigheid ten aanzien van weidevogelbescherming en continue alertheid op veranderingen in de lokale situatie. Een echte weidevogelbeschermer weet dat en laat het belang van de vogels altijd voorgaan”. Overigens wordt deze werkwijze niet alleen toegepast in gebieden met een hoge predatiedruk. Ook elders zijn vrijwillige weidevogelbeschermers er meer en meer van doordrongen dat rust in het veld, voorkoming van verstoring en rekening houden met de kans op predatie van groot belang zijn voor het uitkomen van weidevogellegsels. Zij bezoeken de legsels bijgevolg alleen indien nodig, en dan ook nog eens op die momenten wanneer de kans op verlies zo klein mogelijk is.

“We moeten bedenken dat weidevogels niet klaar zijn als de eieren zijn uitgekomen. De kuikens moeten ook nog de kans krijgen om groot te worden. Ook in die periode (4-5 weken) lopen ze risico om gepredeerd te worden of anderszins ter sneuvelen. Dan helpt het enorm als er voldoende 'kuikenland’ is. Dat is met name grasland of grasstroken op bouwland met veel kruiden en een open vegetatiestructuur zodat kuikens voldoende voedsel kunnen vinden én bij gevaar kunnen schuilen in de iets dichtere stukken vegetatie. Veel weidevogels broeden op percelen zonder een contract voor bijvoorbeeld uitgesteld maaien. Dat kan ook niet anders want als op elk perceel met nesten een beheercontract voor uitgesteld maaien zou liggen, zou het weidevogelbeheer nog veel duurder uitpakken voor de overheid dan nu. Het is ook niet nodig. Op voorwaarde dan dat er naast percelen met nestbescherming ook voldoende percelen zijn met strokenbeheer en uitgesteld maaien. Dan komen niet alleen de eieren uit maar hebben de kuikens ook kans om groot te worden. Nestbescherming dekt weliswaar slechts een deel van de broedcyclus van weidevogels maar het is wel een essentieel onderdeel. Er moeten wel voldoende eieren met succes zijn uitgekomen. Dan bestaat er ook de kans dat er voldoende kuikens groot worden”.

Voor meer informatie: Landschapsbeheer Nederland, Aad van Paassen: 030-2345010 en a.van.paassen@landschapsbeheer.nl

09-09-2010 Boven-Leeuwen krijgt nieuw weidevogelgebied
De provincie Gelderland legt bij Boven-Leeuwen een weidevogelgebied aan als compensatie voor de aanleg van de nieuwe N322. Het weidevogelgebied komt te liggen op de weilanden tussen de Rijksche Wetering en de Zegeweg. De provincie legt onder meer een extra waterpoel aan en natuurvriendelijke – want geleidelijk aflopende – oevers. Daarnaast verbreedt de provincie sloten in het gebied en wordt nieuw gras ingezaaid.

De aanleg van de vernieuwde N322, die vorig jaar is begonnen, gaat ten koste van broedgebieden van onder meer de grutto, de tureluur en de patrijs. Om dit verlies te compenseren maakt de provincie bij de Zegeweg 32 hectare grond geschikt voor de vogels. Het toekomstige weidevogelgebied ligt in beschermd natuurgebied (EHS-gebied, de ecologische hoofdstructuur). De herinrichting begint in september 2010 en is naar verwachting in mei 2011 voltooid.

Broedparen
Het streven is een gebied te scheppen met een gevarieerde weidevogelstand en een zo hoog mogelijke dichtheid aan broedparen. Aan beheer van het gebied heeft de provincie daarom een aantal eisen verbonden: het waterpeil moet hoog worden gehouden en de rust gewaarborgd blijven. Ook vergt het maaien van het gebied een zorgvuldige aanpak. Het is nog niet bekend welke instantie het gebied in beheer krijgt; dat bepaalt de provincie de komende maanden.

Rondweg
De nieuwe rondweg, die de verkeersdrukte op de Van Heemstraweg bij Beneden-Leeuwen moet oplossen, is ontworpen met veel oog voor natuur en landschap. Zo is de weg voorzien van speciale ‘groene' verlichting om de weidevogels te beschermen. Ook zijn de lichtmasten lager dan gewoonlijk om het landschapsbeeld niet te verstoren. Daarnaast komen er extra wandelpaden en houten zitjes om van het landschap te genieten. Naar verwachting is de weg begin 2011 gereed.

bron: Provincie Gelderland, 03/09/10

27-08-2010 Goede resultaten met weidevogelbeheer in Noord-Brabant
Dankzij een subsidie van de provincie Noord-Brabant kan aan boeren in deze provincie een beheersvergoeding uitgekeerd worden als zij nesten van grutto, wulp of tureluur extra bescherming bieden. Dankzij de inzet van weidevogelbeschermers zijn in de periode 2008-2010 hoopgevende resultaten geboekt. Ten opzichte van reguliere nestbescheming kwamen méér nesten uit en méér kuikens overleefden de eerste 4 weken van hun leven.

Deelnemende veehouders ontvingen beheerssubsidie voor het onbewerkt laten van een zone gras rond een weidevogelnest. Hierdoor ontstaat een 'rustzone'. Vrijwilligers van weidevogelgroepen speelden hierin een cruciale rol, aangezien zij de nesten opzoeken en het verloop van de nesten nauwkeurig volgen. De deelnamebereidheid bij de boeren steeg gedurende de looptijd van het project. In 2010 werden bij 72 verschillende boeren overeenkomsten afgesloten ter bescherming van 113 nesten.

Door de aanleg van de rustzones blijkt het gemiddelde uitkomstpercentage toe te nemen tot 81-92%. Bij reguliere nestbescherming wordt 62,2 tot 64,7% behaald. Het aantal vliegvlugge kuikens per broedpaar is minimaal 0,7 bij de grutto, 0,6 bij de wulp en 1,5 bij de tureluur. Gezien de reproductie-eis van 0,6 jong per gruttopaar om de sterfte onder oudervogels te compenseren, lijkt hier dankzij de rustzones aan te worden voldaan.

In het project zijn ervaringen opgedaan die enkele verbeterpunten hebben opgeleverd. In de toekomst kan de regeling 'Rustzones voor kritische weidevogels' een effectieve manier zijn om kritische weidevogels, ook in lage dichtheden, te beschermen als aanvulling op reguliere nestbescherming.

bron: Brabants Landschap, 26/08/10

27-08-2010 Ontwikkelingen in Groningse Hoeksmeer zijn goed voor weidevogels
In 2009 verzette Natuurmonumenten samen met pachters veel werk in het Groningse Hoeksmeer om het gebied te optimaliseren voor weidevogels. Jacob de Bruin, boswachter in Groningen/Noord Drenthe, telde en volgde dit voorjaar en zomer samen met vrijwilliger Jan Rondhuis de weidevogels. De cijfers zijn veelbelovend.

De Bruin: "Er is vorig jaar veel gebeurd; sloten zijn uitgebaggerd, ruigtes gemaaid. Pachters reden ruige stalmest uit, maaiden rietkragen en lage natte percelen werden vlak voor het winterseizoen kort gemaaid. Allemaal maatregelen om het de weidevogels naar de zin te maken."

Vooral de kieviten deden het goed. Ten opzichte van vorig jaar meer dan een verdubbeling. Het aantal getelde territoria kwam nu op 47 uit, in 2009 waren er dat 20. Het aantal broedende grutto's dat werd getald nam toe van 15 tot 25. De tureluur kende in 2009 nog 5 broedparen en in 2010 werd 21 paren geteld. Natuurmonumenten hoopt dat deze positieve trend zich voortzet de komende jaren.

bron: Natuurmonumenten, 25/08/10

12-08-2010 Akkervogel vergt investering
Akkervogel vergt investering
Wageningen - Vasthouden van de akkervogelpopulatie in Nederland kost tussen de 88 en 175 miljoen euro. Met dit geld moeten er onder meer onbespoten graanranden komen, brede akkerranden worden aangelegd en de teelt van zomergranen worden uitgebreid.
Dat blijkt uit onderzoek van Alterra in opdracht van het Planbureau voor de leefomgeving. Om alleen de omstandigheden in de kerngebieden van de meest bedreigde soorten te verbeteren is 12 tot 20 miljoen euro nodig. Het planbureau wil de informatie gebruiken om inzicht te krijgen in hoeverre de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) mogelijkheden voor akkervogels biedt.
Dat bedreigde soorten als de grauwe kiekendief, patrijs, veldleeuwerik, geelgors en grauwe gors straks mogelijk profiteren van het GLB is ironisch; volgens de onderzoekers is de sterke achteruitgang van populaties sinds de oorlog juist het gevolg van het Europese landbouwbeleid, dat intensivering en schaalvergroting in de hand heeft gewerkt. Door de vermaatschappelijking van het beleid kan daar wat aan worden gedaan.
Dat is nodig, omdat akkervogels nauwelijks frofiteren van de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Nederland geen internationale verplichtingen tot bescherming voor deze soorten heeft.
De totale kosten voor beschermende maatregelen zijn relatief hoog, omdat elke soort haar eigen aanpak vereist.

Bron: Agrarisch Dagblad, donderdag 12 augustus 2010

21-07-2010 Een Veldleeuwerik zingt niet voor niets!
Om de verdere achteruitgang van populaties akkervogels tegen te gaan, zijn introductie van onbespoten graanranden in graanpercelen, aanleg van brede akkerranden, uitbreiding van teelt van zomergranen en teelt van wintervoedselgewassen goede maatregelen. Toepassing van deze maatregelen in het gehele verspreidingsareaal van akkervogels kost jaarlijks tussen de 90 en 175 miljoen euro.

Dit en nog veel meer is te lezen in het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving dat deze week is gepublioceerd. U kunt het rapport downloaden op deze website onder de knop Downloads.

14-07-2010 Jaarboek Weidevogels NH: 2009 iets gunstiger voor weidevogels dan andere jaren
Noord-Holland is één van de belangrijkste weidevogelprovincies van Nederland. Het Jaarboek Weidevogels 2009 laat zien welke veranderingen zijn opgetreden, maar ook waar mogelijke oplossingen liggen voor verbetering van de weidevogelstand. Een van de opmerkelijke bevindingen in het jaarboek is dat 2009 een iets gunstiger jaar voor de meeste soorten weidevogels was in vergelijking met 2008. Alleen de kievit, grutto en veldleeuwerik lieten in 2009 lagere aantallen zien. De komende jaren zijn cruciaal voor het behoud van de weidevogels. Met behulp van het provinciale meetnet worden de ontwikkelingen nauwlettend gevolgd.

Belangrijkste conclusie uit het meetnet is dat de meeste soorten weidevogels in aantal achter uitgaan. In de periode 1990-2000 gaan vijf van tien algemene soorten in aantal achteruit: scholekster, grutto, slobeend, veldleeuwerik en gele kwikstaart. Na 2000 nemen acht van de tien soorten weidevogels duidelijk in aantal af. Positief is dat de krakeend het onverminderd goed doet en de kuifeend laat ook een lichte toename zien.In 2009 zijn alle belangrijk gebieden in Noord-Holland geïnventariseerd op weidevogels. Noord-Holland is nog steeds één van de rijkste weidevogelprovincies van Nederland. Van vijf soorten broedt hier 20% of meer van de landelijke broedpopulatie. Van de 14 soorten zijn tien soorten in aantal afgenomen, drie soorten stabiel en een soort toegenomen, de krakeend. Laag Holland is verreweg de belangrijkste regio voor weidevogels. Van de tien soorten weidevogels broedt hier 30% van de totale Noord-Hollandse populaties, van de grutto maar liefst 60%.

Laag Holland vormt een van de belangrijkste kerngebieden van Nederland. Het waterpeil en openheid van het gebied zijn belangrijke factoren die het voorkomen van veel soorten weidevogels bepaalt. Aan de rand van het landgoed Marquette (bij Heemskerk) ligt een succesvol weidevogelreservaat. Door een hoog waterpeil, het plaatsen van een vossenraster en uitgekiend beheer van weiden en laat maaien kunnen hier veel weidevogels succesvol broeden en hun jongen groot brengen. In Laag Holland zijn voor zeven gebieden opkrikplannen opgesteld. De basis van de plannen bestaat uit een analyse van de ontwikkeling van weidevogels, de openheid, waterpeil en het beheer van het gebied. In de plannen krijgen de beheerders eveneens gerichte informatie en aanbevelingen om het beheer en biotoop voor de weidevogels te verbeteren. In 2009 zijn in acht gebieden van West Friesland en Laag Holland alarmtellingen uitgevoerd om zo vast te kunnen stellen hoeveel gruttoparen jongen hebben. Door het aantal alarmerende gruttoparen met jongen te delen door het aantal vastgesteld broedterritoria is het mogelijk het bruto territoriaal succes (BTS) te bepalen. Vanaf een BTS van 65% wordt aangenomen dat er voldoende jongen vliegvlug zijn geworden. Van vijf van de acht polders bleek de BTS waarde hoger te liggen dan 65%. Tevens blijkt uit het onderzoek dat grutto’s met jongen een voorkeur hebben voor ongemaaid grasland langer dan 15 cm. In Polder IJdoorn, een weidevogelreservaat van Natuurmonumenten ten noorden van Amsterdam gaat Natuurmonumenten samen met de beheerders en andere partijen maatregelen nemen om het gebied te behouden voor de weidevogels.

Ook in de rest van Noord-Holland is er veel aandacht voor behoud van de weidevogels. Honderden boeren en vrijwilligers zijn actief in de weidevogelbescherming in Noord-Holland. Naast de bescherming van nesten hebben zij steeds meer oog voor de bescherming en het opgroeien van kuikens. En dit blijft nodig. Ook zijn in een aantal gebieden bundelen boeren, vrijwilligers, wildbeheerders, natuurorganisaties en gemeenten hun krachten in zgn. weidevogelkringen voor het behoud en bescherming van weidevogels. De komende jaren speelt de provincie Noord-Holland een belangrijke rol in de uitvoering van het weidevogelbeleid. Zij heeft daarvoor een Provinciale Weidevogelvisie opgesteld waar zij weidevogelkern- en gruttokerngebieden heeft begrenst. Die begrenzing is sturend voor inzet van financiële middelen voor weidevogelbeheer in het kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap.

Zie verder het Jaarboek Weidevogels in NH 2009 onder de knop Downloads op deze website


12-07-2010 Kieviten laten Frankrijk links liggen
Onderzoek met dataloggertjes heeft uitgewezen dat kieviten uit dezelfde broedkolonie bij Nij Beets er totaal verschillende winterkwartieren op na houden. En daarbij lijken de Beetster kieviten Frankrijk soms (letterlijk) links te laten liggen. Met behulp van de dataloggertjes, ontwikkeld door de 'British Antarctic Survey’ uit Engeland, zijn er vanaf 2007 totaal acht kieviten een aantal jaren gevolgd. De techniek is gebaseerd op het registreren van nauwkeurige dagelijkse tijd- en lichtmetingen. Deze worden op het dataloggertje ingebouwd chipje opgeslagen. Na terugvangst van het loggertje kunnen de metingen worden uitgelezen en vertaald in geografische coördinaten.

De laatste jaren is er veel ophef over de jachtpraktijken in Frankrijk. Wat nu blijkt is dat onze ljippen deels naar Engeland trekken. Een ander deel trekt naar Portugal en verblijft ook slechts heel kort in Frankrijk. Eén van de acht vogels hield zich langer op in Bretagne in het zuidwesten van Frankrijk. Maar er was er ook eentje die de winter volledig langs de Noordzeekust doorbracht. Mogelijk een nieuwe trend wanneer de meeste winters zacht blijven. Wat vooral opvalt, is dat de kieviten maar voor korte tijd uit Nederland verdwijnen. Het gros verdwijnt pas eind november of zelfs in december van de Nederlandse zeekust om al weer snel (eind februari) terug te keren naar het broedgebied in Nij Beets.

Deze voorlopige conclusies kunnen worden getrokken uit een eerste analyse van de verkregen data uit het project te Nij Beets. Een uitgebreide analyse over alle gegevens van de afgelopen drie jaren zal volgen waarbij ook duidelijk zal worden of de trekpatronen jaarlijks gelijk zijn. Een aantal vogels werd namelijk in meerdere jaren (na wisselend winterweer) teruggevangen.

In 2007 werden 27 broedvogels voorzien van het dataloggertje dat slechts anderhalve gram weegt. Het apparaatje is bevestigd aan een pootring. Dezelfde vogels kregen ook een tweetal kleine (in kleur variërende) ringetjes aangelegd. Daardoor kon onderzoeker Willem Bil van Vogelringstation Menork de vogels op afstand waarnemen in de broedgebieden te Nij Beets. In de maanden april en mei was Bil de afgelopen vier jaar dagelijks actief in polder De Dulf van Staatsbosbeheer en, in goede samen¬werking met mensen van de Vogelwacht Nij Beets, in percelen maïsland aan de Janssenstichting.

In een periode van drie jaar werden totaal acht kieviten met het loggertje één of meerdere malen teruggevangen. Ondertussen zijn van deze acht vogels de verkregen data globaal geanalyseerd over het eerste jaar van verblijf. Dat gebeurt door onderzoeker dr. Goetz Eichhorn die het initiatief nam voor dit project met dataloggertjes bij kieviten. Hij is op dit moment werkzaam aan de universiteit van Straatsburg in Frankrijk. Na gebruik van deze loggertechniek voor zijn Brandganzen promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen raakte hij geïnteresseerd in nieuwe en kleinere modellen van loggers ook voor onderzoek aan relatief kleine trekvogels toe te passen. Voor vogels van de grote van een kievit vallen zelfs de nieuwste satellietzenders nog te zwaar uit. Dus kwam Eichhorn bij Menork terecht en is er ondertussen drie jaar empirie. Voor Menork snijdt het onderzoeksmes nu aan twee kanten. Naast veel informatie over de reproductie in het broedgebied, komt er nu ook veel (nieuwe) informatie beschikbaar over trekgedrag. Na afloop van alle analyses zal er een uitgebreid artikel in de internationaal wetenschappelijk vakliteratuur over dit onderzoeksproject verschijnen.



Naar informatiesite kievitonderzoek VRS Menork

12-07-2010 Last minute beheer weidevogels is van toegevoegde waarde
Op 1 januari 2010 is het nieuwe Subsidiestelsel voor Natuur- en Landschaps-beheer (SNL) voor agrarisch natuurbeheer, waaronder weidevogelbeheer, ingegaan. Inmiddels is het eerste weidevogelseizoen onder SNL afgelopen. Agrariërs, gebiedscoördinatoren, agrarische natuurverenigingen en de organisatie 'Veelzijdig Boerenland' hebben er hard aan meegewerkt om dit tot een succes te maken. Nieuw onder SNL is het 'last minute beheer'. Deze vorm van beheer blijkt van toegevoegde waarde.

Last minute beheer wordt tijdens het weidevogelseizoen afgesloten om kuikens te helpen met opgroeien. De kuikens hebben lang gras nodig van ongeveer 15 centimeter. Dat is belangrijk voor beschutting en voor insecten die ze kunnen eten. Als alle percelen kort gemaaid zijn, zijn er weinig insecten en is er minder schuilgelegenheid. Een boer die aan weidevogelbeheer doet en wil gaan maaien, kan als last minute beheer bijvoorbeeld een 'kuikenstrook' van 6 tot 12 meter breed laten staan. Een andere mogelijkheid is om een perceel met een beheerpakket waar bijvoorbeeld niet voor 1 juni gemaaid mag worden, pas één of twee weken later te maaien. De gebiedscoördinator en de boeren maken hierover afspraken en de boer ontvangt een extra vergoeding voor gederfde inkomsten.

Last minute beheer kan alleen worden afgesloten als er kuikens aanwezig zijn, die onvoldoende kuikenland in de buurt hebben. De gebiedscoördinator beheert de kas en controleert de uitvoering van deze vorm van beheer. Veelzijdig Boerenland heeft onder haar leden gemerkt, dat de eerste keer last minute beheer wisselende successen heeft opgeleverd. Verschillende agrarische natuurverenigingen zijn erg enthousiast en hebben het idee dat ze nog nooit zoveel kuikens vliegvlug hebben zien worden. Andere verenigingen hebben weinig last minute beheer uit hoeven voeren, bijvoorbeeld omdat er al voldoende kuikenland aanwezig was. Daarnaast speelde het koude voorjaar een belangrijke rol. De grasgroei kwam pas laat op gang, waardoor laat gemaaid werd. In gebieden waar de vogels vroeg broeden, was last minute beheer daardoor niet nodig.

Wanneer last minute beheer noodzakelijk was, speelden de veldmedewerkers van de agrarische natuurverenigingen een belangrijke rol. Zij wisten meestal goed waar de kuikens zich bevonden. Vervolgens benaderden zij de boeren, bij wie last minute beheer gewenst was. In de meeste gevallen stemden de boeren daar dan mee in. De komende jaren zet Veelzijdig Boerenland in op verbetering van last minute beheer. De organisatie heeft onder andere gepleit voor een nieuwe vorm waarbij er laat gemaaid wordt op een perceel met legselbeheer. Dit is nu nog niet mogelijk. Ook stimuleert Veelzijdig Boerenland de onderlinge uitwisseling van kennis en ervaring tussen boeren uit verschillende gebieden. Boeren moeten meer bekend raken met last minute beheer, waardoor ze in de toekomst vaker voor deze vorm van beheer het initiatief gaan nemen.

bron: Veelzijdig Boerenland', 09/07/10


05-07-2010 Trek van de grutto beter in beeld
Grutto’s blijven tijdens de trek veel vaker dan gedacht in Zuid-Europa hangen. De grutto’s die wél doortrekken naar West-Afrika zijn daar heel reislustig. Dat zijn enkele belangrijke conclusies van een jaar onderzoek met gezenderde grutto’s, die onderzoeker Jos Hooijmeijer van de Rijksuniversiteit in Groningen bekendmaakte in het radioprogramma Vroege Vogels.

Aan het eind van het broedseizoen maakte Hooijmeijer de balans op van een jaar onderzoek met vijftien grutto’s – veertien vrouwtjes en één mannetje – die in mei 2009 een zender in de buik kregen. Via een dunne antenne door de huid stonden de zenders in contact met de Franse Argossatellieten. Op die manier konden de vogels bijna van dag tot dag worden gevolgd op hun trek tussen West-Afrika en Nederland.

In één ruk naar Afrika?
Eén vogel werd kort na het zenderen bij haar nest verast door een rover. De overige veertien vertrokken in de loop van de zomer – voor het grootste deel al in juni – naar het zuiden. Een belangrijke vraag in het onderzoek was: trekken de vogels in één ruk naar de overwinteringsgebieden, of maken ze tussenstops? Slechts drie vogels bleken in één ruk naar Afrika te vliegen. Hooijmeijer: “Zoiets blijft een uitzonderlijke prestatie: in ruim drie dagen meer dan 5.000 km non-stop vliegen met een snelheid van 70 km/u. Een nog grotere verrassing voor ons was dat tenminste drie andere vogels permanent in Zuid-Europa zijn gebleven. Zuid-Spanje en het zuiden van Portugal zouden wel eens belangrijker overwinteringsgebieden voor de grutto kunnen zijn dan we tot nu toe aannamen. In het natuurgebied Cota Doñana hebben Spaanse collega’s in de winter 8.000 grutto’s geteld. We gingen ervan uit dat dit vooral de IJslandse ondersoort zou zijn. Nu blijkt dat ook onze vogels daar kunnen zitten.”

Reislustig
De vogels die wel naar West-Afrika zijn doorgevlogen, bleken zich daar heel reislustig te gedragen. Van de grens tussen Mauretanië en Senegal in het noorden tot in het zuiden van Guinee Bissau, van de kust tot diep in de binnendelta van de rivier de Niger in het oosten, overal doken Friese grutto’s op. Hooijmeijer. “Tot nu toe dachten we dat vooral de Oost-Europese populatie van de grutto naar de binnendelta van de Niger trok, maar tenminste twee van onze vogels zijn daar in de loop van de winter ook naartoe getrokken. Blijkbaar‘weten ze waar en wanneer het beste voedsel te halen is. Dat laatste lijkt enigszins in tegenspraak met de enorme plaatstrouw van deze vogels in de broedgebieden.”

Lege batterij
Ook op de terugweg blijkt Europa een belangrijke rol te spelen in de trek. Met name de rijstvelden rond Lissabon en in de Spaanse Extremadura zijn van groot belang. Eén vogel bleef op de weg terug naar Friesland voor langere tijd in de Camargue, in Zuid-Frankrijk. Uiteindelijk zijn 10 vogels met zekerheid teruggekeerd naar Friesland. Eén stierf in Mali in een visfuik en drie anderen waren dit voorjaar onvindbaar, zowel voor het oog als door zenderuitval ook voor de satelliet. “Het blijft een pilot project en de techniek heeft blijkbaar hier en daar gehaperd. Terwijl sommige zenders tot op de dag van vandaag signalen verzenden, zijn anderen te snel uitgevallen, voornamelijk door problemen met de batterij”, aldus Hooijmeijer.

Geen eieren
Het slot van het onderzoek leverde ook een teleurstelling: waarschijnlijk heeft geen van de gezenderde vogels met zekerheid succesvol gebroed. Van slechts één van de vogels werd een nest gevonden met twee misvormde eieren. Voordat die konden uitkomen werden ze gepredeerd. Hooijmeijer: “We hebben er altijd rekening mee gehouden dat deze zenders in de buikholte een obstakel zouden kunnen vormen voor de normale eileg. Dat lijkt nu inderdaad zo te zijn. In toekomstige projecten met geïmplanteerde zenders zullen wij, en ook andere onderzoekers dat gegeven dus mee moeten nemen in de afweging: wat levert een project op en wat kost het de vogels? In dit geval denken wij dat de ‘prijs’ acceptabel is. Als deze grutto’s geen zender hadden gekregen dan hadden ze volgens de Nederlandse statistieken op iedere 5 paar slechts 1 jong grootgebracht. Anders gezegd: op iedere twintig grutto-eieren sneuvelen in het Nederlandse veld negentien eieren of jongen door predatie of door landbouwactiviteiten. De opbrengst van dit project is een enorme hoeveelheid kennis en publiciteit waar gruttobeschermers veel mee kunnen. Naast herstel van de broedgebieden in Nederland zullen bijvoorbeeld ook de rijstvelden in Zuid-Europa beter moeten worden beschermd ten behoeve van de grutto’s.”

Bron: Rijks Universiteit Groningen, Onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga in Feanwâlde